Bevolking

Zoals in veel landelijke gemeenten was akkerbouw bijna de enige activiteit van de bevolking. De statistieken uit 1834 vermelden voor Oudegem 57 paarden en veulens, 344 hoorndieren, 149 zwijnen en 25 geiten.

In het jaar 1846 was dit aantal gegroeid tot 70 paarden en veulens, 478 koppen hoornvee, 10 kalvers, 191 varkens, 45 geiten en 133 vetbeesten.

Het weiland strekte zich uit over meer dan 48 hectare. Dat Oudegem de laatste eeuwen weinig bebost was blijkt ook uit de statistiek:
6 hectaren.

In datzelfde jaar waren in de gemeente 312 boerderijen waarvan de grootste meer dan 20 hectare grond verbouwde, 41 landbouwbedrijven bebouwden een oppervlakte tussen 4 en 20 hectare, het merendeel, 51 betrof keuterboeren die een oppervlakte van hooguit 2 hectare bewerkten.

Bevolkingsevolutie

In 1613 telde Oudegem 210 inwoners boven de 12 jaar. In 1634 waren er dit 428. Tijdens de telling van 31 december 1887 woonden er reeds 2.522 personen in de gemeente.